Stofstalen portemonnees in serie maken

Van staallapjes kun je prachtige producten maken zoals brillenkokers, telefoonhoezen en portemonnees. Alleen: werken in serie is maar beperkt mogelijk, omdat deze kleine, luxe lapjes steeds weer anders zijn.

Op 1 februari 2020 startte ik met tientallen prachtige kwaliteit lapjes uit drie afgeschreven staalboeken, afkomstig uit de lokale kringloopwinkel. Omdat de lapjes uit staalboeken zo klein zijn besloot ik na wat quilt-experimenten (zie Verfijning bereiken met gerafelde staallapjes), tien portemonnees te gaan maken. Na tien zou ik, hopelijk, een goed patroon/format hebben gevonden voor een serie. Werken in serie is, ook in het verwerken van resten, natuurlijk handig: gemiddeld duurt het maken van een product korter, en je kunt het werk makkelijker verdelen of helemaal uitbesteden.

Prototype

Eerst was het zoeken naar een goed ontwerp of prototype. Mijn middelste dochter (22) bleek het meest kritisch: De eerste portemonnee (gebaseerd op een patroon uit de Burda), moest echt veel kleiner, die kleinere was qua maat goed, maar met dat drukkertje ging hij te langzaam open en dicht (bij de volgende koos ik voor een duurdere magneetsluiting). Bij de derde vielen de kaartjes eruit (ze schudde ook wel heel hard), bij de vierde kon ze met geen mogelijkheid de rits dicht krijgen, de vijfde zou meteen  vuil worden  .. enzovoort. Uiteindelijk had ik er in juni negen, waarvan zes bruikbaar.

Een paar van de portemonnees die ik nu sinds maart gebruik

Oké, deze prototypes zijn nog niet netjes genoeg om cadeau te geven, voor een naaiworkshop, of voor de verkoop. Maar wellicht toch dat een stofstalen portemonnee voor een deel van de vrouwen/meisjes, nuttig kan zijn (voor mannen heb ik het niet onderzocht). In ieder geval blijkt het nu voor mij een plezierig product. Sinds maart gebruik ik alleen nog deze stofstalen portemonnees: ze zijn heerlijk zacht (vergeleken met leer), de kleuren kun je laten passen bij je stoffen tas en brillenkoker, het is beter voor het milieu, en goedkoper (mijn leren portemonnee kostte zo’n tachtig euro). Ook belangrijk: de pasjes vallen er niet uit.

Kleur- en patrooncombinaties

Uiteindelijk bleek seriewerk, in ieder geval bij de portemonnees van de drie staalboeken die ik had, maar beperkt mogelijk. Voor 1 portemonnee zijn drie of vier lapjes nodig. En omdat elk lapje verschillend was, moest ik voor elke portemonnee bij elkaar passende kleuren- en patrooncombinaties zoeken. Het zou beter gaan als je met meer van dezelfde staalboeken zou kunnen werken. Daarnaast wilde ik zoveel mogelijk tweedehands ritsen en knopen gebruiken, waardoor ik soms ritsen korter moest maken en niet alle mogelijke kleuren kon inzetten. Ook de hoeveelheid gebruikte knopen die ik in mijn studio wil bewaren is (nog) beperkt. Met andere woorden: elke portemonnee zal weer anders zijn.  Maar daardoor bleef het werk wel leuk en spannend: Hoe zouden die kleurcombinaties uitpakken?

Ook deze brillenkoker en telefoonhoes zouden in serie gemaakt kunnen worden

Seriewerk kan ook saai zijn

Hier is wel sprake van een trade off, merkte ik weer eens aan de lijve. In serie werken gaat sneller, en het proces is zekerder omdat het volgens een vast ontwerp en maakproces gaat.  Terwijl steeds iets nieuws maken, wat ik zelf het liefst doe, spannender is. Wat dat betreft is het eigenlijk juist wel leuk aan werken met resten dat dit, zo leerden ook die portemmonnees, vaker maar deels in serie kan, omdat de resten nu eenmaal steeds anders zijn – vergeleken met onbeperkt nieuwe stof kunnen bestellen. Voordeel van met resten werken is daarbij dat je vaker nieuwe producten kunt uitproberen: als het mislukt kost het minder materiaal dan als je uitgaat van nieuwe stof.

Over de eerste portemonnee deed ik nog ruim vijf uur, de laatste lukte al in zo’n 2,5 uur. Misschien is 1,5 uur haalbaar, maar dat zou denk ik stressen worden. Over een degelijke, gewassen spijkerbroek maken doet een ervaren klerenmaker waarschijnlijk al snel 3 a 4 uur. Of langer, als je ook de klinken en ritsen zelf maakt (zie bijvoorbeeld het filmpje van deze slow fashion loving, voortdurend koffie drinkende kleermaker in zijn schuur op het platteland)

In een filmpje over hoe spijkerbroeken worden gemaakt in een geautomatiseerde modelfabriek (onduidelijk waar hij staat, en van wie hij is), zag ik hoe het ook kan: 300 mensen maken er tot wel 6000 spijkerbroeken per dag, volgens de commentator. Dat is dus per persoon gemiddeld 20 op een dag. De patronen voor de 19 afzonderlijke delen worden computergestuurd gesneden in stapels van ongeveer 20 denim lappen tegelijk. Eén spijkerbroek gaat door de handen van vijfentwintig fabrieksmedewerkers.

Write a Comment

Your email address will not be published.